woensdag 15 augustus 2007

Betty Davis: Flamboyante funkdiva



Ze maakte de lawaaierigste funkplaten ooit. Ze presenteerde zich als seksueel roofdief. Zelfs haar echtgenoot Miles Davis kon haar niet aan. Toen werd het stil. Nu zijn haar vergeten klassiekers uit de vroege jaren zeventig eindelijk heruitgebracht. Get ready for Betty!

Muziek is Betty Mabry met de paplepel ingegoten. Haar eerste levensjaren bracht ze door op de boerderij van haar grootmoeder in North Carolina. Oma Beulah Blackwell was een bluesfanaat die zichzelf zag als opvolger van Bessie Smith. Ze was in het trotse bezit van een uitgebreide platencollectie “om van te watertanden”.

Geboren in 1945 begon Betty op haar tiende al muziek te schrijven. “Tijdens de afwas circuleerden er allerlei door mijzelf uitgedokterde deuntjes door mijn hoofd”, aldus Betty ruim dertig jaar geleden in Muziekkrant Oor. “Het eerste nummer dat ik schreef heette The Cake Of Love en bevatte de memorabele regel: We’re gonna bake that cake of love, baby, just you and me.”

Als middelbare scholiere kreeg Betty haar eerste platencontract te pakken bij Don Costa, de prominente producer die had samengewerkt met Frank Sinatra, Sammy Davis Jr., Paul Anka en Tony Bennett. Nog zonder diploma op zak nam Betty haar eerste single op, Get Ready For Betty. Veel succes had het plaatje niet, maar de piepjonge artieste bezat wel degelijk potentie.

Na haar eindexamen vertrok Betty, inmiddels woonachtig in Pittsburgh, Pennsylvania, naar New York om te gaan studeren aan het Fashion Institute. De beeldschone jongedame werkte daarnaast als model in modeshows en reclamespotjes. Met haar vriend opende Betty een soulclub, de Step-Down Cellar. Zo groeide ze uit tot een prominente figuur in de hippe New Yorkse tegencultuur.

De muziek liet Betty echter niet los. Met de Zuid-Afrikaanse jazztrompettist Hugh Masakela als producer nam ze de single Live, Love, Learn op, maar ze maakte pas naam met haar nummer Uptown in de versie van The Chambers Brothers op hun inmiddels veertig jaar oude succesalbum The Time Has Come.



Overspel
Tijdens de Summer of Love kwam Miles Davis in het leven van Betty Mabry. Het gebeurde na een optreden van de legendarische jazztrompettist in The Village Gate. Een van zijn medewerkers klopte op haar schouder. “Meneer Davis vraagt of u wat met hem wil drinken?”

Ondanks het leeftijdsverschil van bijna twintig jaar werden ze verliefd. Een jaar later trouwden ze, maar het huwelijk slechts kort standhield, duurde het lang genoeg om Davis voorgoed te veranderen. “Betty had grote invloed op mijn persoonlijke en muzikale leven”, zou hij twintig jaar later schrijven in zijn autobiografie.

“Toen ik hem ontmoette luisterde hij naar Stravinsky en Rachmaninoff”, zei Betty twee jaar terug in het Britse muziekblad Mojo. “Daarna begon hij pas naar Otis Redding en Sly & The Family Stone te luisteren. Hij nam mijn persoonlijkheid over.”

"Toen ik Miles ontmoette luisterde hij naar Stravinsky en Rachmaninoff. Daarna begon hij pas naar Otis Redding en Sly & The Family Stone te luisteren"

Op Filles de Kilimanjaro, met Betty’s portret op de hoes, was de verandering al hoorbaar. Vervolgens liet Davis met In A Silent Way de jazz definitief achter zich om aan de haal te gaan met rock, hetgeen in 1969 culmineerde in de fusionklassieker Bitches Brew (volgens Betty suggereerde zij die titel, nadat Miles het album eerst Witches Brew wilde noemen). De maatpakken werden verruild voor een hippe garderobe van leer en suède.

Betty stelde Davis voor aan Jimi Hendrix, een goede vriend van haar. De twee revolutionaire muzikanten speelden vaak samen als Jimi op bezoek kwam. Naar verluidt waren ze zelfs van plan de studio in te gaan, maar de plotselinge dood van Hendrix goeide roet in het eten, aldus de lezing van Davis zelf.

Waarschijnlijker is echter dat zijn vermoeden dat Betty overspel pleegde met Hendrix de werkelijke reden is waarom het project nooit van de grond kwam. Betty zelf heeft overigens steeds categorisch ontkend dat haar relatie met de übergitarist verder ging dan alleen vriendschap.



Hoe dan ook, het huwelijk strandde, mede door het grote leeftijdsverschil. “Betty was te jong en wild voor wat ik van een vrouw verwachtte. Ik was gewend aan coole, hippe, elegante vrouwen als Frances of Cicely, mijn eerdere echtgenotes, die raad wisten met allerlei situaties. Maar Betty had een vrije geest van een rocker en een straatmeid. Ze was ruig en ordinair, alles draaide bij haar om seks.”

"Betty was ruig en ordinair, alles draaide bij haar om seks"

Betty op haar beurt beklaagde zich juist dat de trompettist bang was dat zij hem artistiek zou overvleugelen. Een album dat Betty opnam met hulp van Hendrix en zijn ritmetandem Billy Cox en Mitch Mitchell, aangevuld met saxofonist Wayne Shorter en drummer Tony Williams uit Davis tweede grote kwintet, werd op aandringen van haar man achtergehouden. “Miles wilde niet dat ik iets deed. Hij dacht dat als ik hem zou verlaten als ik succes kreeg. Hij was erg onzeker”, vertrouwde ze Mojo toe. Die onzekerheid manifesteerde zich trouwens ook in fysiek geweld. “Om die reden liep ons huwelijk stuk.”

Explosie
Na haar scheiding besloot Betty Davis zich op de muziek te storten. Ze nam enkele nummers op met een vroege bezetting van The Commodores, maar ook die werden nooit uitgebracht. Met hulp van nota bene Marc Bolan van T. Rex probeerde ze in Groot-Brittannië tevergeefs een platencontract te scoren. Terug in New York ontmoette ze Santana-percussionist Mike Carabello, waarop ze naar San Francisco verkaste. Daar tekende Woodstock-organisator Michael Lang haar voor zijn nieuwe label. Carabello bracht Betty in contact met Greg Errico, de drummer van Sly & The Family Stone. Hij wilde wel als haar producer fungeren en stelde een droomband samen: gitaristen Neal Schon en Douglas Rodriguez van Santana, bassist Larry Graham van The Family Stone, diverse blazers van Tower of Power, toetsenist Merl Saunders en als achtergrondzangeressen The Pointer Sisters. “Het was de who’s who van de Bay Area”, aldus Errico. “Betty had een visie. Ze begon meteen allerhande ideeën te neuriën door de telefoon. En ze wou veel rockgitaren. Ze speelde zelf geen instrument, het zat allemaal in haar hoofd.”

Betty’s titelloze debuut uit 1973 is een sterk album, zij het een tikkeltje onevenwichtig. Ze kwam pas echt goed op dreef op het ongemeen explosieve They Say I’m Different van een jaar later. Geen sterren als begeleiders deze keer, maar de funk is er niet minder hoogstaand om en het geluid nog harder en rauwer. In het titelstuk zingt Betty over haar bluesminnende oma en brengte ze een hommage aan grootheden als Bessie Smith en Robert Johnson.

Berucht is He Was A Big Freak, over een minnaar die in bed graag gegeseld wordt met een turkooizen ketting. Het gerucht ging dat Betty over Jimi Hendrix zong. “Jimi was niet de inspiratie. De turkooizen ketting wel, want hij hield van die kleur. Ging het dan over Miles? Nee hoor, het ging over niemand in het bijzonder.”



Aanstoot
Op het hoogtepunt van de seksuele revolutie en de strijd om de vrouwenemancipatie manifesteerde Betty Davis zich als een genadeloze mannenverslindster. “Ze vond dat vrouwen te onderdanig waren”, vertelde Chuck Mabry, haar broer en toenmalige manager. “Als Betty vandaag de dag nog muziek zou maken, liet ze zich vergelijken met Madonna. Ze was haar tijd vooruit”, schreef Miles Davis in zijn autobiografie. Evenals La Ciccone was Betty een steen des aanstoots onder religieuze groeperingen, die soms met succes probeerden haar muziek van de radio te weren en optredens te laten verbieden.

"Als Betty vandaag de dag nog muziek zou maken, liet ze zich vergelijken met Madonna. Ze was haar tijd vooruit"

In Groot-Brittannië en met name Londen viel Betty’s werk in betere aarde en bouwde ze tevens een uitstekende livereputatie op, mede dankzij een reeks sensationele optredens in de roemruchte club Ronnie Scott’s. Niemand minder dan Eric Clapton bood zelfs aan om haar derde album te produceren, maar Betty had er geen oren naar, 'omdat hij volgens mij geen snars van mijn muziek begrijpt'.

Commercieel gezien deden haar beide albums in de Verenigde Staten zo goed als niets. Betty raakt haar platencontract kwijt, maar via haar nieuwe vlam Robert Palmer, de Britse zanger annex rokkenjager die indertijd botergeile funky soul maakte, kwam ze toch weer aan de bak. Met een groep onbekende muzikanten uit North Carolina die zich Funk House gingen noemen (bestaande uit haar neven Semmie "Nickey" Neal Jr. op drums en Larry Johnson op bas, plus gitarist Carlos Morales en toetsenist Fred Mills) maakte ze in 1975 het opzwepende Nasty Gal. Harde, vuige, genadeloze heavy metal funk voert de boventoon, al toont Betty zich in het door Miles Davis en Gil Evans gearrangeerde You and I ook onverwacht van haar gevoelige kant, zeker waar ze zich omschrijft als “slechts een kind dat een vrouw probeert te zijn”.



Verloren album
Net als de beide voorgangers werd Nasty Gal een enorme flop. In de zomer van 1976 boekten Betty en Funk House een maand lang de state-of-the-art Studio in the Country in de moerassen van Louisiana, voor wat haar vierde album moest worden. Pas 33 jaar later, in 2009, zag Is It Love Or Desire het levenslicht, toen Light in the Attic Records de mastertapes opduikelde en uitbracht.

Waarom het album in de bureaula verdween is onduidelijk. Manager Jim Bateman van Studio in the Country beweerde - beaamd door de bandleden - dat Island de rekening niet betaalde en daarom de opnames niet kreeg. Betty schreef het toe aan rancune van Chris Blackwell vanwege een ruzie tussen haar en de Island-baas. "Die ging over Nasty Gal. Hij wou Talkin' Trash als single uitbrengen, maar wilde mij er niet in kennen. Daarom is dat album niet gereleased. Het was iets tussen hem en mij." Island dumpte Betty Davis vervolgens, waarmee ook het lot van Is It Love Or Desire werd beslecht, nu Island het niet wou uitbrengen en Betty nergens meer onder contract stond. Wel zouden nummers van het album in de jaren negentig opduiken op de bootlegs Hangin' Out in Hollywood en Crashin' From Passion.



Volgens de band was Is It Love Or Desire Betty's beste album, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het meer van hetzelfde biedt. Op het album schoof Betty haar frustraties over de muziekindustrie niet onder stoelen of banken, met zelfs een openlijke aanval op Island: "We need some money, oh hey hey Island!", sneert ze op Stars Starve, You Know. Ook had ze een broertje dood aan disco, die toen de populariteit van funk voorbij begon te streven. "Take off that disco and put on some real music", foetert ze op Bottom of the Barrel. "We're tired of listening to that rinky-dinky sounds."

Na het debacle trok Betty zich dan ook voorgoed terug om vrijwel van de aardbodem te verdwijnen, teleurgesteld en depressief door de dood van haar vader. Tegenwoordig woont ze weer in Pittsburgh, waar ze een sociaal woningbouwflatje deelt met een vriendin. De mediamijdende Betty liet zich echter wel voor de camera interviewen voor de documentaire Nasty Gal - The Many Lives of Funk Queen Betty Davis die in 2016 moet verschijnen.


NASTY GAL - Movie Teaser from Native Voice Films on Vimeo.

Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven en werd in 2009 en 2015 geactualiseerd.